Dölepaard

.

Stokmaat: 145 - 155 cm

Kleuren: meestal bruin en zwart

Herkomst: Noorwegen, vooral Gudbrandstal en de oostelijke provincies

Exterieur: Gevarieerd ras, dat kan worden onderverdeeld in zwaar, een licht en een draverstype. Droog, breed hoofd met recht profiel en ponyachtige expressie. Lange, zeer krachtige hals met weelderige, krullende manen op schuine, massieve schouders. Weinig schoft, lange, wat matte rug, die overgaat in een zeer zware achterhand. Afhankelijk, breed kruis met dichte staart tot op de grond. Brede, diepe romp met uitstekende ribbenwelving. Krachtige, korte benen met stevige gewrichten en uitstekend fundament.